Wat wij geloven

Onze gemeente maakt deel uit van de kerk van Christus wereldwijd. Daarom zijn we aangesloten bij de Evangelische Alliantie en onderschrijven hiermee de beginselverklaring van de E.A. Omdat deze beginselverklaring niet in ‘alledaags Nederlands’ is geschreven, hanteren we als aanvulling daarop een addendum. Hieronder ziet u beide naast elkaar weergegeven.

 

Beginselverklaring van de Evangelische Alliantie: Addendum Evangelische Gemeente De Rank
a. de eenheid van God, van eeuwigheid bestaande in drie Personen: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest;
Er is één God. Hij is er altijd al geweest en zal er voor eeuwig zijn. Deze God heeft zich geopenbaard in drie personen: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Joh.10:30; Openb.1:8; 2Sam.23:2,3; 1Cor.2:10-12; 1Cor.3:16
b. de soevereiniteit van God de Vader in de schepping, voorzienigheid, openbaring en voleinding;
De Vader is de Schepper van al het leven. Hij is eeuwig, almachtig, alwetend, onveranderlijk en alomtegenwoordig. Hij is Liefde, eeuwig is Zijn trouw.
Gen.1:1; Ps.139; Jes.40:28; 1Joh.4:8
c. onze Here Jezus Christus, God in het vlees geopenbaard, geboren uit een maagd, Zijn zondeloos leven, Zijn goddelijke wonderen, Zijn plaatsvervangend en verzoenend sterven, Zijn lichamelijke opstanding en hemelvaart, Zijn werk als Middelaar en Zijn persoonlijke wederkomst in macht en heerlijkheid;
De Zoon, Jezus Christus, is God en werd mens, geboren uit een maagd. Hij laat ons zien wie God is. Jezus leefde zonder te zondigen en deed talloze wonderen. Hij stierf aan een kruis om ons weer met God te verzoenen. Hij stond op uit de dood en ging naar de hemel, waar Hij voor ons pleit en vanwaar Hij weer terug zal komen met macht en heerlijkheid.
Joh.1:1,14; Joh.3:16; 1Cor.15; Co1.1:15
d. de goddelijke inspiratie van de Heilige Schrift en daaruit voortvloeiend haar betrouwbaarheid en hoogste gezag in alle zaken van geloof en leven; er is geen dwaling in al wat zij verklaart;
De bijbel is het door de Heilige Geest geïnspireerde, onfeilbare Woord van God. De bijbel vormt het hoogste gezag en is betrouwbaar in alle zaken van geloof en leven.
Joh.17:17; 2Tim.3:16; 2Petr.1:21; Openb.22:18,19
e. de universele en algemene zondigheid en schuld van de gevallen mens, die hem onderwerpen aan Gods toorn en veroordeling;
Van oorsprong is de mens als ‘zéér goed’ geschapen. Hij is beelddrager van God, door Hem gekend en gewild en bedoeld om te leven in relatie met God. Echter, sinds de zonde staat hij schuldig ten opzichte van God. Door zijn zonde krijgt hij te maken met de dood en het oordeel van God.
Gen.1:26-31; Ps.8; Rom.3:23; Rom.6:23
f. de verlossing van de zondaar door het vergoten bloed van Jezus Christus, Gods Zoon en Zijn rechtvaardiging uit genade, niet door werken maar door het geloof in Hem;
Door het plaatsvervangend sterven van Jezus Christus is er voor wie in Hem gelooft, vergeving, verlossing en herstel van de relatie met God. Zo iemand wordt door God rechtvaardig verklaard, puur uit genade. Geen enkele eigen verdienste kan daar iets aan bijdragen.
Rom.10:13; Ef.2:8,9; Openb.3:20
g. de lichamelijke opstanding van de doden; van de gelovigen tot het eeuwige leven en van degenen, die verloren gaan, ten oordeel; Wanneer Jezus terugkomt zullen de doden weer opstaan. Zij die bij Christus horen zullen voor eeuwig met Hem leven. Zij die Christus hebben afgewezen zullen door God geoordeeld worden.
Hand.1:10,11; Rom.8:1; 1Tess.4:14-17; Hebr.9:27
h. het werk van God de Heilige Geest, die het verstand verlicht, de wedergeboorte werkt en in de gelovige woont, waardoor deze in staat wordt gesteld een heilig leven te leiden en te getuigen en te werken voor de Here Jezus Christus;
De Heilige Geest doet nieuw leven ontstaan in wie zich tot God bekeert, zo iemand wordt ‘opnieuw geboren’. De Heilige Geest woont in de gelovige en leert hem/haar Gods Woord te begrijpen. De vervulling met de Heilige Geest stelt de gelovige in staat steeds meer te leven volgens Gods plan en helpt hem/haar om in woord en werk een getuige te zijn van Christus. Dit krijgt vorm door de gaven die de Heilige Geest ieder persoonlijk toebedeelt.
Joh.6:63; 1Cor.3:16; 1Cor.12; Gal.5:22
i. het priesterschap van alle gelovigen, die tezamen de universele gemeente vormen, het lichaam van Christus waarvan Hij het hoofd is en die krachtens Zijn bevel gehouden is het evangelie in de hele wereld te verkondigen.
Alle gelovigen, ieder met zijn eigen persoonlijke relatie met God in Christus, vormen met elkaar de universele gemeente, het lichaam van Christus. Hijzelf is daarvan het Hoofd. Zijn opdracht is dat de gemeente Zijn evangelie verkondigt in woord en daad in de hele wereld.
Matth.28:19,20; Ef.5:23; 1Petr.2:9