Fobie

Er zijn er velen, in allerlei soorten. Een naast familielid van mij heeft een kippenfobie. Daar had ik echt nog nooit van gehoord. En dat, terwijl die persoon juist van dieren houdt! Eigenlijk heet dat: een pluimveefobie. Dat klinkt wel logisch, natuurlijk. Je hebt hoogtevrees, één van de meest voorkomende, maar ook pleinvrees, vrees voor spinnen en claustrofobie. Om maar een paar te noemen. Die laatste heb ik zelf al zolang als ik me kan herinneren. Misschien bestaat de gedachte bij veel mensen, dat je dan gewoon een beetje angstig bent voor iets, in ieder geval een beetje meer dan andere mensen, maar dat ligt toch wel een beetje anders! Ga er maar vanuit dat het hebben van een fobie heel heftig is. Ik vergeet nooit dat een familielid ooit tegen mij zei, lang geleden, toen er sprake van was dat ik niet in een lift durfde: ‘O, maar dan moet je het gewoon een keer doen, dan ben je er overheen!’ Dat is dan heel moeilijk als je merkt dat mensen geen idee hebben wat het echt inhoudt. En het misschien ook wel een beetje onzin vinden. En ook al is dit al lang geleden, ik weet nog precies wie het zei en waar! En ook, dat ik me verdrietig voelde en onbegrepen. Ik kan mij niet herinneren dat ik wel eens heb laten bidden hiervoor, maar dat lijkt me wel waarschijnlijk! Toch ben ik er niet op één moment, zomaar, plotsklaps van genezen. Wat wel had gekund. Maar voor mij is het wel zo dat ik, op de momenten dat het zich voordoet, intensief bid. Ik heb het nog steeds, maar, hoe zal ik het noemen, er is voor mij (enigzins) mee te leven doordat ik ga ik meteen in gesprek ga met de Heer op die momenten. 8 Het lijkt dan meer op een overlegje! Zo van: ‘Heer, U weet dat ik nu weer die enge ingang in moet. Wat is nu beter, moet ik het maar een andere keer doen, of moet ik het toch maar doorzetten? Wilt U er dan voor zorgen dat er iemand is, die ook net naar naar binnen moet, dan lukt het soms wel, zoals u weet. En zo niet, wilt u me dan uw rust geven, zodat ik het durf’. Dat zijn ook altijd de momenten dat ik in tongen ga bidden. Het probleem doet zich ook voor als ik op bezoek ga naar iemand in Delfzijl, die sinds kort in een tehuis woont. Daar ga je een ruimte in, bij de ingang, die niet eens zo heel klein is in vergelijking met bijvoorbeeld een lift. Het probleem is daarbij echter dat deur twee pas open gaat als deur één dicht is. Dat is standaard. En daar zit dan altijd ongeveer zo’n minuut tussen. En dat is dan het probleem. Kortgeleden was het voor het eerst dat ik de stap waagde. Anders wacht ik altijd net zo lang tot er nog iemand naar binnen gaat, maar die kwam niet. Ik voelde mijn hart bonzen toen ik naar binnenstapte maar ik redde het, ik kreeg geen paniekgevoel en was heel blij daarna. Het zijn allemaal kleine stapjes. 9 Wel is het zo, dat er vaak op dat moment zich net iets voordoet, zodat het wordt opgelost. En dat noem ik zeker geen toeval! Ik ben er trouwens ook een tijdje voor in thereapie geweest, maar dat heeft niet veel opgeleverd, ook omdat ik al na een paar weken de opdracht kreeg: in de badkamer gaan zitten, vragen aan iemand om de deur op slot te doen en dan moet die persoon buiten een eindje gaan wandelen! Ik kreeg al bijna een paniekaanval toen ik het hoorde! Later heeft de psycholoog toegegeven dat hij dit nooit had mogen doen al na een paar gesprekken! Dat was veel te snel. Toch heb ik toen al gemerkt dat sommige opdrachten ook heel goed waren, eerst bijna onmogelijk om te doen en na een tijdje werd het al een ietsiepietsie gemakkelijker. En dat is dan een heel bijzonder gevoel! Helaas, door een verdrietige gebeurtenis in de familie, een jaar of zeven geleden, had ik toen niet de kracht om door te zetten en ben met de hulpverlening gestopt. Het is inmiddels wel zo dat ik waarschijnlijk weet hoe mijn fobie is ontstaan. Dat was op mijn twaalfde al. Toen een badmeester zag dat ik niet van de hoge duikplank durfde af te springen en mij voor het oog van mijn hele klas, tergend langzaam, voetje voor voetje de duikplank opduwde en mij uiteindelijk een flinke duw gaf, het water in! Een traumatische ervaring. Ongelooflijk, zo lang als zoiets doorwerkt. En wat mijn mini-fobietje betreft, alles tellen, zoals de hoeveelheid handdoeken, washandjes enz. die ik op het wasrek hang, de vorken, lepels en messen die ik uit het bestekbakje van de vaatwasser haal, och, daar is prima mee te leven!

Ria